christavandenberg.nl Jongleren met bouwdisciplines

Delta nr 3, januari 2006

Adviseren, samenwerken, ontwerpen en bezig zijn met milieu. Bouwkundige Marieke Sleijpen combineert alle dingen die ze op werkvlak leuk vindt in twee banen: ze is parttime adviseur duurzaam bouwen bij Boom en werkt daarnaast als zelfstandig architect.

De kantoorruimte van milieukundig onderzoeks- en ontwerpbureau Boom heeft een prachtig hoog plafond en grote ramen, maar wat vooral opvalt zijn het massief houten meubilair en de vele planten. Het is duidelijk dat wie hier werkt nauwe banden heeft met moeder natuur. Marieke Sleijpen voelt zich er dan ook prima thuis. Van jongs af aan is ze naar eigen zeggen 'bezig met het milieu'. Zo was ze tijdens haar bouwkundestudie actief bij Jongeren Milieu Aktief en het latere Delfts Universitair Milieuplatform (Dump), deed ze advieswerk voor de gemeente Houten, en was ze student-assistent bij Jon Kristinsson van de vakgroep milieutechnisch ontwerpen bij Bouwkunde.

Bij haar afstuderen was duurzaam bouwen een van de uitgangspunten en ook bij de meeste eerdere ontwerpprojecten besteedde ze veel aandacht aan dit zogenaamde 'dubo', maar toch had ze na haar afstuderen het idee dat ze nog veel meer kon leren over duurzaam bouwen. Een vriendin werkte als adviseur bij Boom en dat leek Sleijpen ook wel wat. Zo begon ze direct na haar afstuderen als adviseur bij het in dubo-kringen bekende bureau. Voor drie dagen in de week, zodat ze naast haar advieswerk nog tijd kon vrijmaken om te ontwerpen. Want da'a'rvoor was ze in 1995 naar Delft gekomen. "Vanaf mijn vijftiende wist ik dat ik architect, kunstenaar of binnenhuisarchitect wilde worden", aldus de oud-TU'er. Ze koos uiteindelijk voor bouwkunde vanwege de combinatie van creatief en technisch. "Ik vond het een fantastisch idee om iets te ontwerpen waar je later echt doorheen kon lopen."

Over de opleiding zelf is ze minder te spreken. "Het vakgebied vind ik heel leuk en ik heb ook wel veel geleerd hoor, maar er was weinig gelegenheid om je echt te verdiepen in wat je zelf belangrijk vond", aldus Sleijpen. Vooral de beperkte projectduur was hier volgens haar debet aan.

Eigen stijl

Daarnaast merkte ze dat veel docenten het niet bepaald waardeerden als ze, op eigen initiatief, duurzaam bouwen in haar ontwerp wilde integreren. "Ik maakte wel eens keuzes op basis van duurzaamheid, maar dat argument werd dan gewoon niet geaccepteerd", vertelt ze. "Je kon eigenlijk geen eigen stijl ontwikkelen binnen het onderwijs." De mogelijkheid om je eigen docent te kiezen op basis van een overzicht van ieders uitgangspunten zou volgens haar een flinke verbetering zijn. "Dan kun je je tenminste goed verdiepen in het onderwerp van je keuze, omdat je een docent hebt die dezelfde dingen belangrijk vindt", aldus de architect. "Maar ik weet natuurlijk niet hoe het nu op bouwkunde gaat."

Bij Boom heeft Sleijpen het inmiddels al bijna vier jaar goed naar haar zin. Het bureau werkt projectmatig, waardoor ze telkens voor andere opdrachtgevers aan de slag is. "Duurzaam bouwen is heel breed", zegt ze. "En dus is mijn werk erg veelzijdig." Momenteel is ze als milieu-ambtenaar gedetacheerd bij de gemeente Haarlemmermeer, waar ze zich bezig houdt met allerlei projecten op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijke ordening. Ze schrijft bijvoorbeeld een richtlijn duurzame stedenbouw, onderzoekt op welke manieren de gemeente energie kan besparen en denkt mee over de realisatie van een project over energiebesparing voor lagere inkomens.

Naast haar werk voor Haarlemmermeer, geeft ze geregeld lezingen en workshops. Met name over de uitkomsten van het onderzoek dat ze de afgelopen jaren verrichtte voor de regio Rijnmond over woonconcepten voor milieubelaste gebieden. Zo sprak ze recentelijk over dit onderwerp op de nationale dubodag. "Langs de noordelijke oever van de Maas willen veel gemeenten graag woningbouw realiseren, want het uitzicht op het water is aantrekkelijk. Maar aan de overkant van het water zit enorm veel zware industrie. De vraag vanuit de regio was dan ook hoe je de hinderbeleving op dergelijke woningbouwlocaties kunt verminderen." Het resultaat was een methode om voor locaties met veel geluidsoverlast of een slechte luchtkwaliteit toch mogelijkheden te kunnen vinden. "Er zijn altijd groepen mensen voor wie een milieubelaste locatie een meerwaarde heeft", zegt ze. "Langs de snelweg is bijvoorbeeld veel geluidsoverlast, maar voor mensen als lassers en meubelmakers is de vrijheid zelf veel lawaai te maken misschien wel zó belangrijk dat ze die snelweg op de koop toe nemen", legt Sleijpen uit. Voor luchtkwaliteit geldt hetzelfde. Over het algemeen is binnenlucht veel ongezonder dan buitenlucht, zelfs op belaste locaties. Door in een gebied met een slechte luchtkwaliteit extra aandacht te schenken aan het binnenklimaat, kan zo'n locatie opeens toch aantrekkelijk worden, bijvoorbeeld voor mensen die veel binnen zitten. "Het gaat dan om locaties die aan de wettelijke normen voor geluidsoverlast en luchtkwaliteit voldoen, maar waar de situatie wel ernstig is", verduidelijkt de dubo-adviseur. "En natuurlijk speelt voorlichting een cruciale rol. Bewoners moeten wel weten waar ze aan toe zijn."

Houtskelet

Op de dagen dat Sleijpen niet als adviseur werkt, is ze graag bezig met andere dingen, zoals ontwerpen. "Ik heb aan een aantal prijsvragen meegedaan", vertelt ze. "Bijvoorbeeld Europan en een prijsvraag over jongerenhuisvesting, maar helaas heb ik nooit gewonnen." De laatste tijd is ze niet bezig met een prijsvraag, maar met de renovatie van de professorenwoningen aan de Nieuwelaan in Delft, waarvan ze een van de bewoners is. Samen met medebewoner Ramses Germain ontwierp ze de plannen. De twaalf voormalige boven- en benedenwoningen worden verbouwd tot vier groepswoningen voor in totaal 25 mensen. Omdat de voormalige kraakpanden verouderd waren en de gemeente het omliggende gebied wilde ontwikkelen tot het huidige Zuidpoortgebied, hebben de bewoners, die ook eigenaar zijn, uiteindelijk zelf een projectontwikkelaar benaderd om de deellocatie Nieuwelaan te ontwikkelen. Momenteel is de renovatie in volle gang en naar verwachting zal het project rond juni 2006 klaar zijn. Sleijpen zit als architect in het bouwteam en maakt de bouw en het proces eromheen van dichtbij mee. Bovendien verrichten de bewoners een groot deel van het werk zelf. "We hebben het sloopwerk grotendeels zelf gedaan en doen het grondwerk en de afwerking. Iedereen helpt mee." Als de renovatie klaar is, huisvest het complex vier woongroepen: twee voor tien bewoners en twee voor vijf bewoners. Per vijf mensen heeft elke groep een badkamer en keuken. "Alles behalve de eigen kamer wordt gedeeld", vertelt de architect. Voor zover mogelijk vormde duurzaamheid het uitgangspunt bij de renovatieplannen. Zonnecollectoren en vloerverwarming bleken helaas financieel niet haalbaar, maar er is wel extra goed geďsoleerd en de uitbouwen aan de achterzijde zijn gerealiseerd in houtskeletbouw.

"Er is in Nederland heel weinig aandacht voor houtskeletbouw", zegt ze even later. "Dat verbaast me wel. Natuurlijk speelt uit energieoogpunt de soortelijke massa een rol, maar Nederlanders zijn erg gefixeerd op beton en steenachtige materialen. Terwijl die allemaal radon uitwasemen en ook nog eens niet ademen. Op de dubodag vertelde Fred Woudenberg van de GGD toevallig dat per jaar achthonderd mensen longkanker krijgen door blootstelling aan radon." Toch vindt ze dat het in ons land al met al redelijk gesteld is met duurzaam bouwen. "De makkelijke maatregelen die niets extra kosten worden wel breed toegepast", vertelt ze. En hoe zit het eigenlijk met dat ietwat suffe geitenwollensokkenimago dat vroeger aan duurzaam bouwen kleefde? Bestaat dat nog? "Daar heb ik nooit wat van gemerkt hoor", zegt Sleijpen. "Volgens mij is het imago wel oké."

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven