christavandenberg.nl ,,Duurzaamheid is voor ons vanzelfsprekend’’

Gezond Bouwen & Wonen nr 4, december 2003

Architectenbureaus Mecanoo en Atelier Pro hebben meer gemeen dan (inter)nationale status en een indrukwekkend oeuvre. Beide bureaus staan in het Duboregister met ambitie ‘plus’. Ze ontwerpen voor de lange duur en streven naar gebouwen waarin het prettig vertoeven is. Duurzaam bouwen is voor hen de normaalste zaak van de wereld.

Atelier Pro

,,Wij waren al bezig met duurzaam bouwen voordat de term bestond’’, vertelt Leon Thier, architect-directeur van het Haagse Atelier Pro. ,,Vanaf de oprichting van ons bureau zijn we op allerlei gebieden aan het experimenteren. We proberen gebouwen te maken die heel energiezuinig zijn en waar mensen zich prettig in voelen. We noemen het zelf ‘klimaat maken’. Vijfentwintig jaar terug was mechanische ventilatie gecombineerd met topkoeling de standaard in kantoorgebouwen. Maar met ons boerenverstand dachten we dat het ook mogelijk moest zijn klimaat te maken zonder al die installaties. Toen we in de bibliotheek in Leidschendam natuurlijke ventilatie en warmteaccumulatie wilden gebruiken, zei de adviseur dat wat wij wilden nog niet te berekenen was. Uiteindelijk hielp hij ons ’s avonds, in zijn eigen tijd. Kort daarna ontwierpen we het raadhuis van Voorburg. Ook hierbij pasten we warmteaccumulatie en natuurlijke trek toe. Omdat het gebouw goedkoop moest zijn, gebruikten we twinramen die indertijd veel voorkwamen in de woningbouw. Dit zijn dubbele schuiframen, waarbij natuurlijke trek ontstaat als je de ramen aan tegenovergestelde zijde openschuift. Inmiddels is de techniek er om computergestuurde ventilatieroosters voor natuurlijke ventilatie te gebruiken. Vroeger werkte deze vorm van ventilatie niet altijd, omdat gebruikers een gebouw niet gebruikten zoals het bedoeld was. Dankzij elektronische gebouwbeheersystemen speelt deze negatieve gebruikersinvloed nu vrijwel geen rol meer.’’ Toch duurt het doorgaans vrij lang voordat een dergelijk systeem helemaal goed afgesteld is. Bij het door Pro ontworpen kantoorgebouw Forum te Amsterdam bijvoorbeeld, nam het inregelen van het klimaatbeheersingssysteem een half jaar in beslag.

Atelier Pro’s visie op duurzaam bouwen is gebaseerd op een integrale benadering. ,,Tijdelijk bouwen past niet in onze opvatting. Wij willen gebouwen maken voor de lange duur, waarvan het gebruik kan veranderen en die over lange tijd nog steeds mooi zijn. Mooie gebouwen sloopt men niet. Kijk maar naar de gebouwen van Alvar Aalto. Je moet je vooraf realiseren dat een plan verandert in de tijd, zodat functieverandering mogelijk is’’, aldus Thier. ,,Bij Pro vormen concepten op gebied van energie, klimaat en samenleving één geheel. Naast beperking van installaties en milieuvriendelijk materiaalgebruik, spelen ook flexibele indeling, beperking van onderhoud, technische detaillering en gebruik van daglicht een grote rol. Deze benadering leidt vaak tot gebouwen waar de milieuvriendelijkheid niet aan af te zien is. In de Haagse Hogeschool bijvoorbeeld zijn de leslokalen bewust op het noorden gesitueerd, zodat geen zonwering nodig is. En door de trappen een prominente en logische plek te geven, kon het aantal liften drastisch gereduceerd worden. Soms ontwerpen we gebouwen waarbij het duurzame karakter juist heel goed zichtbaar is. De Agrarische Hogeschool Leeuwarden is zo’n project. Sedumvegetatiedaken, zonnecollectoren en kassen op het dak, een riet- en biezenveld voor waterzuivering, enzovoorts. Uit berekeningen bleek dat beide gebouwen op de scoringslijst van het Nationaal Pakket nagenoeg gelijk eindigden. Windmolens en zonnecollectoren zijn duidelijk zichtbaar, maar lang niet altijd optimaal. Als je alle regeltjes van het duurzaam bouwen volgt, betekent dat niet per definitie dat het een duurzaam gebouw wordt. Wij gebruiken een totaalbenadering. Het effect van onze keuzes en toepassingen is vaak niet zichtbaar’’, zegt Thier.

Economie van duurzaamheid

,,Veel mensen realiseren zich niet hoe groot de invloed is van financiële randvoorwaarden. In Nederland hebben hypotheken een looptijd van 25 tot 30 jaar. Zou die looptijd langer zijn, zoals in Oostenrijk waar je een hypotheek voor 100 jaar kunt afsluiten, dan kun je veel beter investeren in duurzaamheid. Opdrachtgevers willen nu vaak milieuvriendelijke gebouwen, maar schrikken van de extra kosten. Ze vergeten dat duurzaam bouwen een voorinvestering is. Wanneer een gebouw pas na een eeuw afgeschreven hoeft te zijn, kan die voorinvestering vaker gedaan worden. De economie van duurzaamheid zou wat mij betreft een goed onderwerp van onderzoek zijn voor de komende tien jaar. We kennen inmiddels allemaal de systemen waarmee duurzaamheid gemeten wordt, we hebben keurige beschrijvingen van materialen en alle installatieadviseurs hebben specialisten in huis. Maar over de economische kant wordt niet gesproken.’’

Ook de kennis van pas afgestudeerden op het gebied van duurzaam bouwen laat te wensen over, vindt Thier. ,,De beroepskennis is mager. Onder het mom van wetenschappelijkheid wordt architectuurstudenten veel kennis onthouden over het vak. We hebben onlangs zelfs iemand aangenomen, specifiek om intern de dubokennis op peil te houden. Dat zoiets nodig is, geeft wel aan hoe het ermee staat.’’

De visie en werkwijze van Atelier Pro wordt goed geïllustreerd door het project Ludgerhof te Lichtenvoorde. De oude Ludgerkerk wordt hier omgetoverd tot een plein omringd door woningen. De oorspronkelijke kerk is vierkant en ommuurd. Projectarchitect en mede-directeur Hans van Beek haalt nu het dak van de kerk en vult de ruimte tussen de kerkwanden en de omringende muur met duurzame woningen. Zo krijgt de kerk een nieuwe bestemming en wordt recht gedaan aan het oorspronkelijke idee achter het gebouw. De inmiddels overleden architect Gerard Schouten vond namelijk dat een kerk moest zijn als een duinpan. Het liefst wilde hij een kerk zonder dak. De huizen aan het plein zijn smalle, hoge huizen die bestaan uit twee beuken. Eén van de beuken is een drie verdiepingen hoge serre. De serres zijn bedoeld om doorzicht te bieden vanuit de kerkruimte en zorgen gelijk voor energiezuinigheid. Momenteel zijn in het gebied erg weinig woningen te koop. Pro koos er daarom voor de woningen naar eigen inzicht indeelbaar te maken, door gebruik van de holle Infra+ vloer. Leidingen gaan door de vloer, waardoor wandindeling eenvoudig veranderd kan worden. Leon Thier: ,,Dit project laat goed zien wat onze visie is. Het is niet alleen hergebruik van een gebouw, maar ook van een idee. Een supervoorbeeld van duurzaamheid.’’

Mecanoo

,,Duurzaam bouwen is veel breder dan materiaallijsten navolgen’’, zegt Iemke Bakker, architect bij Mecanoo te Delft. ,,Een jaar of acht geleden publiceerden instanties als de SEV allerlei lijstjes. Onderling kwamen die lang niet altijd overeen. Als je logisch denkt, heb je heel die lijsten niet nodig. Duurzaam bouwen is een vanzelfsprekendheid, iets waar wij ons eigenlijk altijd al mee bezig hielden. In onze projecten is duurzaamheid soms expressief en dan weer onderhuids aanwezig. Bij woningbouw hoeft wat ons betreft de duurzaamheid er niet vanaf te stralen. Het is juist goed als het vanzelfsprekend is. Ik probeer zelf altijd het lelijke beeld van zonnecollectoren op een plat dak te voorkomen. Zo’n oplossing maakt de energiezuinigheid wel zichtbaar, maar ik zie het liever wat subtieler. Verder bouwen we al lange tijd casco’s die ruimer zijn dan de norm, zodat een gebouw meerdere gebruiksmogelijkheden heeft. Het mooiste voorbeeld van bouwen voor de lange duur is ons eigen kantoor. Een monumentaal grachtenpand wat al eeuwen staat en dienst heeft gedaan als woonhuis, hospitaal en nu kantoor. Dat kan vanwege de ruime maat en de degelijke kwaliteit van de gebruikte materialen. Er is niemand die er ook maar over denkt een gebouw als dit te slopen.’’

Binnen Mecanoo bestaat een werkgroep duurzaam bouwen. Die houdt zich bezig met documentatie, nieuwe producten en ontwikkelingen en speelt intern relevante informatie door. Verder is het Nationaal Pakket opgenomen in alle bestekken. In principe voldoen projecten minimaal aan het basisniveau en in overleg met de opdrachtgever bepaalt Mecanoo welke extra maatregelen ze toepassen. Bakker: ,,In de praktijk volgen we de regels, maar persoonlijk heb ik wel eens mijn vragen. Bijvoorbeeld bij het gebruik van milieuvriendelijke verf. Op veeleisende lokaties moet je toch vaak na twee jaar weer opnieuw schilderen, terwijl een agressiever middel significant langer bescherming biedt. En vijf jaar geleden gebruikten we net als iedereen vurenhouten kozijnen, maar nu blijkt dat die onder je handen wegrotten. De discussie over zink en koper blijft ook een rol spelen. De ene groep vindt deze materialen wel duurzaam en de andere niet. Zink heeft een lange levensduur, waardoor je het als duurzaam kan beschouwen, maar je houdt hoe dan ook schadelijke uitspoeling. Het gebruik van opdekdeuren in de woningbouw, is iets waar ik nog altijd tegen vecht. Ze zijn makkelijk in te hangen, maar het is geen kwaliteit. Mooie stompe deuren zijn in de praktijk helaas nog moeilijk te realiseren, maar sommige opdrachtgevers zien al in dat duurzaamheid veel te maken heeft met kwaliteit. Het interieur moet vaak zo goedkoop mogelijk worden uitgevoerd, waardoor de materialen niet zo lang meegaan. Maar je stopt er wel veel arbeid in, dan zou je eigenlijk een goed materiaal moeten gebruiken. Wij zoeken graag nieuwe toepassingen van materialen. Alternatieve houtsoorten, parket van bamboe, enzovoorts. Het is jammer dat sommige materialen nog weinig gebruikt worden. In ons Openluchtmuseum in Arnhem hebben we bijvoorbeeld een grote wand van leem gemaakt. Een goed en mooi gebruik van omgevingsmateriaal.’’

Opdrachtgevers

,,Om tot een innovatief ontwerp te komen, is de inzet van de opdrachtgever belangrijk. Bij Nieuw-Terbregge bijvoorbeeld stak de projectontwikkelaar echt zijn nek uit voor duurzaam bouwen. Daar konden we mini warmtekrachtcentrales en lage temperatuur verwarming gebruiken, dingen die je niet ziet, maar die wel degelijk bijdragen aan energiezuinigheid. Als een opdrachtgever niet verder wil gaan dan de huidige praktijk, maak je nooit zo’n project. We hebben voor de bewoners één of twee voorlichtingsavonden gehouden om de gebruiksaanwijzing van het project te bespreken. Het grote houten dek was een nieuwe ruimte, waar mensen onbekend mee waren, dus daar had men vragen over. De bewoners wisten vantevoren wel hoe het er uit zou gaan zien, doordat we een maquette gemaakt hadden. Daarnaast ontvingen ze een boekje met uitleg over het hoe en waarom van verschillende ontwerpkeuzes en het gebruik van de installaties.’’ Bakker vervolgt: ,,Zo’n gebruiksaanwijzing maken we wel vaker, vooral voor bijzondere aspecten van een project. Bij een woningbouwproject in Arnhem ontwierpen we een grote tuin die deels zelf in te richten en deels door ons ingericht was. In ons deel stonden fruitbomen en hagen, dus kregen de bewoners een ‘snoeiboekje’, waarin stond hoe ze met de fruitbomen moesten omgaan en hoe hoog de haagjes mochten worden. Het was weer eens wat anders dan een gebruiksaanwijzing voor een HR-ketel.’’

Mecanoo’s visie op duurzaam bouwen komt goed tot uiting in het recente prijsvraagontwerp voor de Europese Investeringsbank(EIB) in Luxemburg. De opdrachtgever wilde een gebouw met een mooi beeld naar buiten toe. Omdat de EIB economische en technologische ontwikkelingen financiert, was de opgave het vertalen van deze werkzaamheden in een ontwerp. EIB wilde met name duurzame oplossingen voor energie- en materiaalgebruik. Integratie van eco-technologie kreeg bij dit project dan ook veel aandacht. Mecanoo ontwierp twee transparante, organische volumes die als handen in elkaar grijpen om samen één complex te vormen. In het midden ligt een uitgestrekte binnentuin. Een paar landschappelijke corridors, zoals Mecanoo ze noemt, verbinden de twee volumes. De geheel glazen gevels en het atrium maken energiezuinige ventilatie en verwarming mogelijk. En een tunnelsysteem voert voor de koeling koude lucht aan uit de de naastgelegen vallei. Mecanoo ontving uiteindelijk de tweede prijs, wat betekent dat het ontwerp niet gerealiseerd zal worden.

,,Visueel en in de praktijk is de bibliotheek van de TU Delft een goed voorbeeld van duurzaam bouwen’’, zegt Bakker. ,,Ook vanwege de plek waar het staat, tussen de mensen die in de toekomst met duurzaamheid bezig zullen zijn. We hopen dat het gebouw een steentje bijdraagt aan de bewustwording van toekomstige ingenieurs. De dubokennis van pas afgestudeerden is nu wel beter dan twee jaar geleden, ze zijn zich aardig bewust van de consequenties van bepaalde materialen en concepten. Maar met echt spectaculaire ideëen komen ze niet.’’

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven