christavandenberg.nl Puberen in de propedeuse

Delta nr 9, maart 2004

Op je zestiende beginnen aan de universiteit. Waagden in 1992 slechts twaalf pubers zich aan dit avontuur, inmiddels is dit aantal ruim verdubbeld. Voor Iwein Borm was het niets bijzonders. Na een halfjaar TU vindt hij het zelfs alweer wat simpeltjes worden.

"Ik heb groep zeven overgeslagen en de tweede fase in twee jaar gedaan", vertelt Iwein Borm, eerstejaars media en kennistechnologie (MKT) bij Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica. Hij is één van de drie zestienjarige studenten die de TU momenteel rijk is. "Het laatste jaar van de middelbare school heb ik thuis geleerd, want er is niets geregeld om versneld doorlopen mogelijk te maken. Ook docenten werkten niet mee. Uiteindelijk heb ik staatsexamens gedaan."

Borm koos voor MKT, vanwege de breedte van deze informaticavariant. "De studie richt zich bijvoorbeeld ook op de gebruikers en op ergonomie."

Het aantal vijftien- en zestienjarige eerstejaars studenten is de laatste tien jaar flink toegenomen. In 1992 begonnen twaalf pubers aan een universitaire studie, tien jaar later maar liefst 62. Toch lijkt 2002 voorlopig een uitschieter, want in 2003 waren er 'slechts' 35 piepjonge eerstejaars. Dat neemt niet weg dat het aantal jonge eerstejaars in tien jaar tijd ruim is verdubbeld.

Ook in Delft is de groei opgemerkt. Jacco Burger, statisticus van de TU: "Ik heb zeker de indruk dat het aantal hele jonge studenten toeneemt. In 2002 lag het aantal nieuwe TU-studenten van zeventien jaar en jonger op 26, wat iets meer is dan één procent van alle eerstejaars."

Laetitia van der Zwan, directeur van Stichting Plato, het landelijk informatiecentrum hoogbegaafdheid, zegt compleet verrast te zijn door de enorme toename in 2002. "Wij zijn er niet zo blij mee. Kinderen die als vijftien- of zestienjarige beginnen aan de universiteit, hebben twee keer een klas overgeslagen. Eén keer versnellen is meestal geen probleem, maar twee keer kan volgens ons leiden tot emotionele problemen in het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn er praktische problemen: moet zo'n zestienjarige dan op kamers? Kan hij dat aan? En hoe zit het met studiefinanciering, feesten en planning? Cognitief kunnen ze het wel aan, maar emotioneel zie je toch vaak hiaten. Wij zien liever dat iemand een klas overslaat en daarna verdieping aangeboden krijgt. Er zijn goede lesmethoden om kinderen te verrijken. Tegelijkertijd besteden die methoden aandacht aan zaken als structureren, plannen, léren leren en emotionele ontwikkeling. Ik ben heel benieuwd hoe het over twee jaar met deze studenten gaat."

Van praktische of emotionele problemen merkt Borm weinig. Hij woont bij een hospita, heeft een ov-jaarkaart en is lid van vereniging Sint Jansbrug. "Alleen de Duwo-kamerwinkel van de TU stelt een leeftijdsgrens van 18 jaar", vertelt Borm. "Maar Duwo zelf gelukkig niet." Op Sint Jansbrug doet niemand moeilijk over zijn leeftijd en bij zijn studie is het amper bekend. Borm zelf maakt ook geen punt van zijn slimheid. "Hoogbegaafd? Ik heb nooit een test gedaan, maar ik zal het wel zijn."

Zo'n twee à drie procent van de bevolking is hoogbegaafd. Kenmerken zijn een IQ boven de 130, doorzettingsvermogen, creativiteit, een uitstekend geheugen, zelfkritiek en brede interesse. Ongeveer zestien procent van de hoogbegaafden heeft emotionele problemen. En dat hoogbegaafden een voorkeur hebben voor vakken als informatica, en wis- en natuurkunde is een fabel. Van der Zwan: "Het is maar net wat voor kind het is en waarin het geïnteresseerd is." De erkenning en bekendheid van hoogbegaafdheid is het afgelopen decennium aanzienlijk toegenomen.

Justin Boekestijn startte in 2000 als vijftienjarige met zijn studie informatica aan de TU en is inmiddels negentien. "Ik loop wel redelijk nominaal", vertelt hij. Op de middelbare school verveelde hij zich vaak en aan de TU regelmatig. "Eigenlijk doe ik niet zo veel. De afgelopen twee jaar werkte ik erbij, daar ben ik mee gestopt. Ik speel graag computerspelletjes en houd van chatten."

Boekestijn woont in tegenstelling tot Borm nog wel bij zijn ouders en is geen lid van een studentenvereniging. "Ik vind het wel prima thuis, ik ben zo in Delft", aldus de spelletjesfanaat. Van het leeftijdsverschil met zijn medestudenten heeft ook hij geen last. "Op de middelbare school merkte ik het eigenlijk al amper." Emotionele problemen bleven hem naar eigen zeggen eveneens bespaard. "Ik ben gewoon een makkelijk persoon", zegt Boekestijn vrolijk.

Borm vindt het na een halfjaar in Delft al makkelijker worden. "Het niveau is nu alweer laag. Zo gaat het meestal. Ik heb vaak ongeveer een halfjaar nodig om me aan te passen, maar dan wordt het steeds simpeler." Gelukkig doet hij aardig wat naast zijn studie. "Ik ben redelijk actief bij mijn vereniging en bouw de website voor het Student Formula Racing Team. En tot nu toe had ik het ook best druk met media en kennistechnologie", aldus Borm. Maar hij verwacht dat dat zal veranderen. "Veel mensen van mijn studie zeggen dat het eerste jaar het moeilijkst is, dus vanaf nu zal het alleen maar makkelijker worden."

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven