christavandenberg.nl Stedenbouwkundige schildert zich omhoog

Delta nr 25, augustus 2004

Wanneer hij praat over zijn favoriete stad Berlijn is het overduidelijk: Raimond Jense houdt van stedenbouw. Het liefst zou hij bij een internationaal architectenbureau werken aan herstructurering van havengebieden, maar na maanden bouwvakkerswerk is hij blij voorlopig een baan te hebben bij het Delftse Hulshof Architecten.

"In Berlijn kom je stedenbouwkundig dingen tegen die je nergens anders ziet", zegt Jense, die een semester in de Duitse stad studeerde. Hij vertelt over de enorme bouwblokken die niet alleen binnenhoven, maar ook hinterhoven hebben. De lagergeschoolden woonden oorspronkelijk in het donker aan de hinterhoven, terwijl de rijkelui aan de buitenkant van het bouwblok in het licht woonden. "Na de val van de Muur ontstond in Berlijn veel consternatie rond het nieuwe binnenstadsplan, dat bepaalde dat nieuwbouw ontworpen moest worden volgens de bouwbloktypologie. Veel ontwerpers wilden meer vernieuwing", zegt Jense. Het plan is er uiteindelijk toch door gekomen, maar de discussie gaat voort. "Dat maakt het interessant."

Ook de plattenbau in Oost-Berlijn vindt hij intrigerend. Hele woonwijken staan daar vol met betonnen flats van tien tot vijftien verdiepingen hoog. Het gebruikte prefab bouwsysteem kende maar een beperkt aantal elementen, waardoor de gebouwen er eentonig uitzien. "Sommige plattenbau wordt door corporaties gerenoveerd, andere flats zijn geprivatiseerd. Mensen gaan hun balkonnetjes schilderen en zoeken bijna in extreme mate naar persoonlijke expressie", aldus de stedenbouwer.

Gok

Jense heeft liefde voor zijn vak. En toch: toen hij in 1995 aan zijn studie bouwkunde begon was dat niet vol overtuiging. "Het was eigenlijk een gok", zegt hij nu. In het eerste jaar voelde hij zich behoorlijk verloren. Kende geen namen, miste achtergrondinformatie en vond architectonisch detailleren maar moeilijk. Pas tegen de zomer kreeg hij een module die hij leuk vond: een stedenbouwmodule. "De docent, Willem Hermans, was gepassioneerd en wist dat ook over te brengen. Als ik net zo'n docent had gehad voor een architectuurmodule, was ik misschien wel architect geworden."

In het tweede jaar voelde Jense zich opnieuw niet thuis, totdat hij een tweede module stedenbouw volgde. Omdat hij al bijna een afstudeerrichting moest kiezen, besloot Jense door te gaan met zijn studie. "Dat heb ik echt te danken aan Hermans", zegt hij.

Uiteindelijk werd Hermans daadwerkelijk afstudeermentor van de stedenbouwkundige. Jense besloot af te studeren op een ontwerp voor de transformatie van de Rotterdamse Waalhaven-Oostzijde. Zijn hoofdmentor kende het gebied al, want hij doceerde eerder de D5-module, waarin de Waalhaven centraal stond. "Bij die module kwamen studenten met vaak weinig doordachte oplossingen. Ik kon er veel dieper op ingaan."

Tijdens zijn afstuderen ontdekte hij al snel dat de combinatie van werken en wonen in een kamer van twaalf vierkante meter hem zwaar viel. Hij besloot een atelier te zoeken, zodat hij werk en privé gescheiden kon houden. Maar ondanks de fysieke scheiding, bleek het moeilijk thuis zijn afstudeerproject los te laten. "Ik was er altijd mee bezig en maakte erg lange weken", zegt hij. "Ik heb echt versteld gestaan van mezelf, dat het me zo kon bezighouden." Toch is hij achteraf blij met zijn keuze voor een atelier in Rotterdam. "Iedereen daar was bezeten. Je kon er zondags om twaalf uur 's nachts aankomen en er zeker van zijn dat er nog wat mensen bezig waren."

Via een uitzendbureau kon Jense direct na zijn afstuderen aan de slag in de bouw. Leuk om eens met bouwvakkers te werken, dacht hij, maar hij ontdekte dat alle vooroordelen kloppen. Een collega wachtte iedere dag op gezette tijden op een vrouw die haar kind naar de crÈche kwam brengen, om vervolgens al flirtend langs het hek met haar op te lopen.

In de warme zomer van 2003 beviel het werk desondanks prima. Vooral de werktijden: van zes uur 's ochtends tot kwart voor drie 's middags. Maar in oktober verdween zijn enthousiasme snel. "We lagen toen heel veel op het dak om glazen dakplaten te monteren. Het was koud en het regende veel, maar als uitzendkrachten hadden wij geen vorstverlet of wat dan ook, dus moesten we wel doorwerken."

Werk vinden op een architectenbureau bleek lastig. Van een huisgenoot hoorde hij uiteindelijk dat de beheerder van het Delftse Bacinolgebouw nog schilders kon gebruiken. Toen was de keus snel gemaakt: hij ging samen met een handvol (oud-)studenten aan de slag als schilder.

Park

Het Delftse Bacinolgebouw maakte vroeger deel uit van de gistfabriek en is nu in gebruik als onderkomen voor ontwerpers en kunstenaars. Toen Jense er het trappenhuis schilderde stond het nog leeg, op architectenbureau Hulshof Architecten na. Een aantal voormalige fabrieksgebouwen dat grensde aan het Bacinolgebouw werd gesloopt en de beheerder wilde op de vrijgekomen plek een park maken. Hij legde zijn idee voor aan Ineke Hulshof. Omdat zij wist van Jenses voltooide bouwkunde-opleiding, vroeg zij hem een gratis ontwerp te maken. "Dat was voor de kerstvakantie", licht Jense toe. Na de kerstvakantie hoorde hij dat iemand van het architectenbureau zijn voicemail had ingesproken. "Die vroeg of ik al een ontwerp had, want de volgende dag zou wethouder Meine Oosten langskomen en dan zouden de beheerder en Hulshof het idee voor een park pushen."

Hij ging onmiddellijk aan de slag, tekende tot vijf uur 's ochtends en presenteerde die morgen zijn ontwerp aan de wethouder. Die was enthousiast en er volgden een presentatie aan de directie van DSM-Gist en een bewonersavond. Iedereen reageerde positief. Al is er na dat bewonersoverleg nog niets met het ontwerp gedaan, Jense hield er uiteindelijk wel een baan aan over.

"Ik werd door Ineke Hulshof gevraagd om op een vrijdag te helpen met het afmaken van een presentatie. Ook de week daarop heb ik geholpen en daarna kreeg ik een contractje voor drie maanden, vier dagen per week." Op het driemaandencontract volgde een van vier maanden en inmiddels heeft hij een contract voor negen maanden op zak.

Hulshof is niet echt een stedenbouwkundig bureau, dus de werkzaamheden liggen niet altijd direct in het verlengde van zijn studie. Jense: "Ik doe nu projecten die op het raakvlak liggen van architectuur en stedenbouw." Een van die projecten is de bouw van 25 woningen voor lokale senioren en starters in het dorpje Netersel, bij Bladel. De oud-TU'er schreef de aanvraag voor een artikel-19-procedure voor ontheffing van het bestemmingsplan en hield zich bezig met verkaveling en overleg met het waterschap. Ook mag hij veel ontwerpen. Voor de nieuwbouw van een servicecomplex voor ouderen in Brielle ontwerpt hij nu bijvoorbeeld de terreininrichting.

In de praktijk merkt hij dat een goed ontwerp niet altijd genoeg is. "Je moet weten dat je goede en mooie dingen maakt en tegelijkertijd je concept kunnen doorvoeren en verkopen. Dat betekent dus plaatjes gebruiken van glimlachende mensen op een terras, met een biertje in de hand." Al tijdens zijn studie kon hij zich moeilijk vinden in deze 'Photoshopwereld'. Zo gebruikte hij bij zijn afstuderen heel bewust afbeeldingen van zijn plangebied in de regen.

Toch ziet hij zichzelf in de toekomst wel als stedenbouwkundig ontwerper bij een gerenommeerd bureau of een ambitieuze gemeente. "Ik zou graag een baan vinden die iets met mijn afstudeerproject te maken heeft: herstructurering van havengebieden. Processen en scenario's bedenken om ze bij de stad aan te laten sluiten, dat lijkt me leuk", zegt Jense enthousiast. Bijna net zo enthousiast als wanneer hij over Berlijn praat.

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven