christavandenberg.nl Gemeentelijk dubobeleid onder de loep

Gezond Bouwen & Wonen nr 2, juni 2004

Veel gemeenten stellen hogere eisen aan nieuwbouwprojecten dan het landelijk vereiste basisniveau duurzaam bouwen. Varierend van intentie-afspraken met bouwers, tot een lijst verplichte maatregelen en soms zelfs prestatie-eisen in de vorm van een Eco-Quantum score. Een korte impressie van het scala gemeentelijk dubo-beleid en een indruk van de mogelijke toekomst van het duurzaam bouwen op lokaal niveau.

Het meest voorkomende instrument dat gemeenten inzetten om hun dubobeleid kracht bij te zetten, is de maatregellijst. Vaak gebaseerd op het Nationaal Pakket (NP) en een reeks extra maatregelen. De juridische grondslag van een dergelijke lijst verschilt per gemeente, al mag een gemeeente wettelijk gezien geen nadere verplichtende eisen stellen naast het Bouwbesluit. Toch kennen Delft en Den Haag voor woningbouw een dubo-verordening. Het invullen van een materiaallijst is hier verplicht en bij goedkeuring van de gekozen materialen verleent de gemeente een dubo-vergunning, gekoppeld aan de bouwvergunning. Delft is tevreden over de werking en ziet een duidelijke verbetering in de milieuvriendelijkheid van nieuwbouw. Andere gemeenten, waaronder Harderwijk, Purmerend , Gouda en Almere, sloten met verschillende lokale en regionale bouwpartijen een convenant of maakten intentie-afspraken over duurzaam bouwen. Harderwijk houdt zich bijvoorbeeld aan het duboconvenant Noordwest Veluwe, waarin is vastgelegd dat bij nieuwbouw alle vaste maatregelen uit het NP worden toegepast en daarnaast een keuze uit de variabele maatregelen. In totaal moet minstens 75 procent van alle maatregelen toegepast worden. Daarnaast is de Harderwijkse epc-eis tien procent onder de wettelijke norm. Convenanten en intentieverklaringen zijn inspanningsverklaringen en wanneer een partij zich niet aan de afspraak houdt, staan daar geen sancties tegenover. Toch leiden dergelijke afspraken tot resultaat. In Almere bleek in 2001 uit provinciaal onderzoek dat bij vijftig procent van de nieuwbouwwoningen aandacht was besteed aan duurzaam bouwen.

Prestatiegericht

Desondanks is het nationaal dubo centrum niet erg enthousiast over deze manier van stimuleren. Gerrit Jan Hoogland: ,,Dat gemeenten duurzaam bouwen willen stimuleren is positief, maar er zitten wat nadelen aan het werken met materiaallijsten. Het gebruik van deze lijsten komt de creativiteit van het ontwerpproces niet ten goede. En doordat lijsten verschillen per gemeente, gelden voor bouwers telkens andere eisen.’’ Hoogland vervolgt: ,,Verder perst een maatregellijst duurzaam bouwen in een keurslijf en wekt het de schijn dat bepaalde maatregelen niet van belang zijn, of worden uitgesloten, omdat ze niet op de lijst staan.’’

Het dubo centrum is meer te spreken over prestatiegerichte instrumenten om duurzaam bouwen te bevorderen. Instrumenten als de gemeentelijke praktijkrichtlijn (GPR) van Tilburg, ‘duurzaam bouwen scoort’ van Rotterdam of de projecten met life-equation. Hoogland: ,,Door duurzaam bouwen als middel en niet als doel te zien, breng je het denkproces op gang bij de initierende, ontwerpende en bouwende partijen. In plaats van dingen voor te schrijven, kunnen partijen zo zelf met oplossingen komen.’’

De Tilburgse GPR biedt de mogelijkheid om inzicht te krijgen in het duurzaamheidsniveau van nieuwbouw, maar is tegelijkertijd een instrument waarmee gestelde dubo-eisen eenvoudig kunnen worden gecontroleerd. Voor zes verschillende duurzaamheidsthema’s kent het computerprogramma een module, waarin opdrachtgevers alle toegepaste maatregelen invullen. Dit resulteert in een rapportcijfer per module en een totaalcijfer. Een maatregel confom het bouwbesluit levert het cijfer vijf op, hogere ambities leiden tot een beter rapportcijfer. Als prestatie-eis kan een totaalcijfer gesteld worden, of de eis van bijvoorbeeld een zeven voor een bepaalde module. Het verkrijgen van een goede eindscore kan op verschillende manieren, waardoor ontwerpers een grote vrijheid hebben. En een mindere score voor het ene moduul kan soms gecompenseerd worden door een hoog cijfer voor een ander moduul. De eerste versie van de GPR was uitsluitend voor woningbouw, inmiddels is er ook een variant voor utiliteitsbouw en zeer binnenkort introduceert Tilburg de GPR-3, die voor woning- en utiliteitsbouw bruikbaar is. Ook is men bezig met een GPR voor bestaande bouw, die naar verwachting in 2006 gereed is.

Met het prestatie-instrument ‘duurzaam bouwen scoort’ gaat het helaas niet zo goed. Rotterdam gebruikt het instrument sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 2003 niet meer. ,,De gemeente heeft ervoor gekozen haar prioriteiten ergens anders te leggen’’, aldus Pierre Cox van het Rotterdamse ingenieursbureau gemeentewerken. Het instrument was, net als de GPR, ontworpen in samenwerking met W/E adviseurs en bedoeld om een beeld te krijgen van de dubokwaliteit van nieuwe utiliteitsgebouwen. Geen sancties of prestatie-eisen, maar puur een middel om de kwaliteit te monitoren en duurzaam bouwen te stimuleren. Eens per jaar reikte het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR) een stimuleringsprijs uit. Rotterdam werkt nu weer met een maatregellijst.

Rombo

Veel gemeenten maken in bepaalde gevallen directe afspraken met de bouwende partij. Harderwijk stelt bijvoorbeeld dubo-eisen wanneer de gemeente bij een project een grondpositie heeft en besteedt bij de verkoop van bouwgrond aan particulieren nadrukkelijk aandacht aan duurzaam bouwen. Ook Delft maakt aparte afspraken als de gemeente van begin af aan partij is binnen het project en Den Haag maakt per woningbouwlokatie afspraken met betrokkenen. Met de Rombo-methode gaat Den Haag bij sommige projecten nog een stap verder. Dit proces- en draagvlakinstument is in principe bruikbaar voor alle bouwprojecten, maar wordt met name ingezet bij projecten waar een hoge duurzaamheidsambitie makkelijk het uitgangspunt kan zijn. Bijvoorbeeld omdat er een samenloop van subsidieregelingen is, de projectontwikkelaar voorop loopt in duurzaam bouwen, de gebouwen kunnen worden aangesloten op de stadsverwarming of omdat de lokatie bodemopslag mogelijk maakt. Den Haag gebruikte Rombo bij wijkontwikkeling, een brandweer- en politiekazerne en een stadsdeelkantoor, maar ook bij de omvorming van een school tot appartementen. Het instrument is gebaseerd op het vroegtijdig samenbrengen van alle betrokkenen. Partijen komen bijeen in een workshop, waarin ze brainstormen over alle mogelijke duurzame oplossingen. Op argumenten schrapt men vervolgens sommige oplossing en onderzoekt andere oplossingen nader. Uiteindelijk volgt een voorstel van wat realiseerbaar blijkt en nemen de betrokken gezamenlijk de definitieve beslissing. “We gaan van maximaal duurzaam naar maximaal realiseerbaar”, zegt Henk Bakker, dubospecialist van de gemeente Den Haag. “En niet van een minimumniveau naar zoveel mogelijk extra’s.” Per saldo leidt de Rombo-methode tot een hoog duurzaamheidsniveau, maar uit ervaringen blijkt wel dat Rombo voor erg complexe opdrachten niet geschikt is. Bakker: ,,Als een project te omvangrijk is, kan het traject te lang duren. Dan veranderen tussendoor bijvoorbeeld partijen of regelgeving, of verandert de juridische situatie, waardoor niet alle beslissingen gebaseerd zijn op argumenten. En in de praktijk blijkt ook dat niet alle partijen even betrokken zijn bij alle aspecten, waardoor het uitgangspunt dat elke beslissing door iedereen gezamenlijk genomen wordt niet altijd haalbaar is.’’

Life-equation

In het kader van het Europese project life-equation werkte een aantal gemeenten recentelijk met prestatiegericht dubobeleid. Op initiatief van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) en de Stichting Bouwresearch (SBR) startten in september 2002 tien Nederlandse gemeenten aan de zogenaamde ‘proeftuin life-equation’. Doel van de proeftuin was het leren werken met prestatiegericht dubo-beleid en de deelnemende gemeenten hielden zich bezig met integratie van het prestatiegerichte instrument EcoQuantum (EQ) in hun bestaande beleid. Zoetermeer verving bijvoorbeeld voor de Vinex-wijk Oosterheem de gebruikelijke maatregellijst door duidelijke EQ-afspraken: per woningtype stelde de gemeente een maximum EQ-score op. Daarnaast maakte Zoetermeer met de betrokken bouwpartijen nog extra afspraken. Johan Lako van de gemeente: ,,Ongeveer tachtig procent van alle maatregelen die op onze vroegere lijst stonden, wordt gedekt door EQ. Hinder en biodiversiteit vallen er bijvoorbeeld buiten. Om dat op te vangen, hanteren we voor Oosterheem een lijst met verplichte extra maatregelen. Betere geluidsisolatie tussen woningen, duurzaam geproduceerd hout, geen zink en koper in buitensituaties, dat soort dingen. Daarnaast hebben we een aantal extra maatregelen buiten het grondkostenregime gehouden, om deze te stimuleren.’’ Hierbij gaat het om maatregelen als het zorgen voor een wasdroogruimte in of bij de woning, scheiding van drager en inbouw en plaatsing van een zonnecelinstallatie. De grondkosten, die gebaseerd zijn op de uiteindelijke prijs van de woningen, stijgen niet bij uitvoering van zo’n extra maatregel.

De gemeente Tilburg gebruikte de proeftuin om haar GPR te vergelijken met EQ. Huidige projecten waarvoor prestatie-afspraken zijn gemaakt met de GPR werden doorgerekend met EQ. Volgens Paul Henkemans is de brede inzetbaarheid van het Tilburgse instrument hierdoor extra bevestigd. ,,Omdat EcoQuantum is gebaseerd op de levenscyclusanalyse (LCA), passen we in de GPR-3 een aantal modules aan deze LCA-methode aan. De GPR sluit dan beter aan op EQ’’, aldus Henkemans.

Toekomst

SEV en SBR maakten onlangs tijdens een seminar op de Bouwrai de resultaten van de proeftuin bekend. Na ruim honderd Nederlandse projecten is de conclusie dat het mogelijk is te werken met prestatie-eisen voor duurzaam bouwen, maar dat het instrumentarium nog wel doorontwikkeld moet worden. Zo bleek invoer en controle niet eenvoudig, prestatie erg afhankelijk van de ontwerpopgave en vielen bepaalde milieu-aspecten buiten het rekenmodel. Al tijdens de proeftuin zijn een aantal verbeteringen doorgevoerd: de VO-tool werd ontwikkeld, waarmee in de voorlopig ontwerp fase de EQ score ruwweg geschat wordt en het Variantenboek werd gepubliceerd, dat EQ-parameters met illustraties toelicht. Ook kwam er een protocol voor de invoer van gestapelde bouw. Toekomstige verbeteringen zullen zich richten op bruikbaarheid, eenvoud, eenduidigheid en inzichtelijkheid. Van de negen Nederlandse gemeenten die EQ gebruikten, stelde alleen Zoetermeer ook daadwerkelijk prestatie-eisen. Bij de 45 projecten van Zoetermeer was de milieubelasting ruim 25 procent lager dan bij de referentiewoning. De gemeenten die geen eisen stelden maar wel EQ gebruikten, behaalden een winst van 15 procent aan milieubelasting.

Hoe gaat het gemeentelijk dubobeleid er in de toekomst uitzien? De tachtig aanwezigen op het life-equation seminar stemden massaal voor een dubo kwaliteitsaanduiding in combinatie met een goed hanteerbare brede bepalingsmethode. Oftewel een sterrenaanduiding zoals bij hotels en een rekenmethode die in alle voorkomende gevallen bruikbaar is. Duidelijk is dat het huidige beleid de meeste gemeenten niet ver genoeg gaat en zolang Vrom of Europa niet ingrijpt, zal de wildgroei aan instrumenten en eisen blijven bestaan.

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven