christavandenberg.nl De Sherlock Holmes voor gebouwen

Delta nr 2, januari 2005

Architect en bouwtechnoloog Ciska Gorter werkt sinds twee jaar als binnenmilieuadviseur. Niks ontwerptekeningen maken, maar die van bestaande gebouwen zorgvuldig bestuderen. "Bouwkundige kennis is in dit vak erg belangrijk."

Roken is ongezond, we weten alles van sick buildings. Maar welke klachten een slecht binnenmilieu kan veroorzaken en hoe je die klachten kunt aanpakken, dat weten maar weinigen. Behalve geluid, licht, luchtkwaliteit en thermisch binnenklimaat omvat het vakgebied van binnenmilieuadviseur Ciska Gorter zaken als uitzicht en akoestiek. Na twee jaar ervaring heeft ze een aardige neus ontwikkeld voor de oorzaak van binnenmilieuklachten. "Eigenlijk ben ik een soort Sherlock Holmes, maar dan voor gebouwen", lacht ze.

Gorters werk bestaat voor een groot deel uit onderzoek in bestaande gebouwen. Wanneer mensen in een bepaald gebouw klagen over hun gezondheid, geeft hun werkgever Gorters werk, Boerstra Binnenmilieu Advies (BBA), opdracht de oorzaak van die klachten te vinden. "Het grote verschil tussen onze aanpak en die van een bouwfysisch adviesbureau, is dat wij beginnen bij de gebruikers en ons niet alleen baseren op metingen. Vaak geeft het klachtenpatroon al een goede indicatie van het probleem", aldus Gorter. Als voorbeeld noemt ze de veelvoorkomende klacht dat mensen de lucht in een gebouw te droog vinden, wat in feite aangeeft dat de lucht irriterende bestanddelen bevat. Uit onwetendheid plaatst men dan bijvoorbeeld luchtbevochtigers, maar daardoor nemen de problemen vaak juist toe, zegt Gorter. Door verschillende oorzaken kunnen de bevochtigers vol komen met schimmels, waardoor de lucht nog droger aanvoelt.

Na de klachtinventarisatie doet haar bedrijf een survey van gebouw en installaties en metingen, op zoek naar de oorzaak van de klachten. Per oorzaak stelt Gorter vervolgens een lijst op van maatregelen om het probleem te verhelpen. Ook bij dat verhelpen helpt BBA vaak, maar niet iedere opdrachtgever gaat even zorgvuldig met zo'n rapport om, zegt de oud-TU'er. "Ik heb wel eens het idee dat het gewoon ergens in een la verdwijnt."

Dode rat

Soms is het flink zoeken naar de oorzaak van een probleem, maar inmiddels weet Gorter meestal vrij snel waar het knelpunt zit. Zo zegt het openmaken van een lokale koelunit of luchtbehandelingskast heel wat. "Koelunits zuigen lucht vanuit de ruimte langs een koelelement en blazen de lucht daarna verkoeld terug de ruimte in. Als er een hele laag vuil op zo'n koelblok zit, dan koelt dat ding niet goed meer en bovendien blaast hij allerlei viezigheid en mogelijk ook microbiologische vervuiling de ruimte in." Ook een rookbuisje kan een oorzaak blootleggen. De rook die uit het buisje komt geeft de richting van de luchtstroom aan en laat bijvoorbeeld snel zien dat een kamer die op onderdruk moet staan in werkelijkheid op overdruk staat. "We hebben wel eens gezien dat de lucht uit een opslagruimte voor chemische stoffen zo de werkruimten instroomde", zegt Gorter.

Een andere situatie die ze tegenkomt: open gaten in de vloer naar een kelder die zogenaamd hermetisch afgesloten is in verband met asbest. En natuurlijk ziet ze ook regelmatig het voor iedere bouwkundestudent welbekende tussenwandje dat slechts tot aan het verlaagde plafond doorloopt en op die manier geluid een prachtige doorgang geeft via de ruimte boven het plafond. Maar de ervaring van een van haar collega's slaat alles. "Die vond een keer een dode rat in een luchtbehandelingskast", zegt ze.

Detective

Wanneer Gorter in 1996 naar Delft komt om bouwkunde te studeren, is dat met het doel architect te worden. Dat ze jaren later als detective in gebouwen rond zal snuffelen, is voor haar dan nog ondenkbaar. "Aan het begin van de middelbare school wilde ik al architect worden", zegt ze. Veel van haar klasgenoten uit Limburg kiezen voor de TU in Eindhoven, maar Gorter vindt Delft leuker. De studie bevalt heel goed, maar ze vindt de aandacht voor bouwtechniek binnen de richting architectuur wel wat te mager. Dus besluit ze zich ook in bouwtechnologie te specialiseren.

Haar eerste ervaring met de praktijk doet ze op tijdens een stage bij adviesbureau IJmeer in Amsterdam. Dit bedrijf is als een van de eerste in Nederland gespecialiseerd in akoestiek in de horeca en als stagiair bezoekt Gorter dan ook menig Amsterdams café. De hoofdstad begint op dat moment net met het stellen van pittige geluidseisen. Zodra een horecagelegenheid een nieuwe eigenaar krijgt, wordt in de naastgelegen woningen het geluidsniveau gemeten terwijl in het café een geluidsbox met 'witte ruis' staat te blÈren. Zo'n box produceert geluid in alle frequenties en klinkt ongeveer als een Boeing 747. Op basis van de metingen begrenst de gemeente vervolgens de geluidsinstallatie. "De gangbare gedachte in de horeca is toch 'hoe harder het geluid, hoe hoger de omzet' en veel eigenaren wilden weten hoe ze alsnog een hoger geluidsniveau konden realiseren. Bouwtechnisch zijn er veel mogelijkheden, maar soms was onderhands het advies toch om de naastgelegen panden maar te kopen."

Ook op haar tweede stage, in Ierland, leert ze veel. Vooral over de bouwpraktijk en illegaal gestort bouwafval. In het westen van Ierland werkt ze op de architectuurafdeling van Mayo County Council, de provinciale overheid. Gorter: "Het bouwproces is daar heel anders dan hier, want een bestek kent men bijvoorbeeld niet en uitwerken gebeurt allemaal op locatie." En dan ka'n het gebeuren dat zoiets basaals als een trap, opeens niet blijkt te passen. "We moesten naar de locatie om ter plekke een oplossing te bedenken. Omdat het sociale woningbouw betrof, was de maatvoering al minimaal. Uiteindelijk is de trap iets verder de ruimte in geplaatst, waardoor de doorgang wel te krap was, maar ja, die trap moest er nu eenmaal in." In Mayo County ziet ze ook hoe aannemers soms de regels aan hun laars lappen. Bijvoorbeeld door bouwafval in plaats van grind en zand te gebruiken voor de fundering. "Je moet daar echt alles controleren."

Kantoorkerk

Terug in Nederland begint Gorter vol enthousiasme aan haar afstuderen: een studie naar hergebruik van kerkgebouwen. "Achteraf gezien veel te uitgebreid", zegt ze. Niet alleen onderzoekt Gorter hoe monumentenzorg tegenover hergebruik van oude kerken staat, ook bekijkt ze vanuit bouwtechnisch oogpunt de invloed van veranderingen in functie en binnenklimaat op het bestaande gebouw. Zo is een oud gebouw bouwtechnisch gezien het best te isoleren door isolatiemateriaal aan te brengen op de buitenkant van de gevel, maar daarmee tast je wel het beeld enorm aan. Naast deze twee studies maakt ze een ontwerp voor hergebruik van een kerkgebouw in Breda. Omdat ze de buitenkant van de kerk niet wil aantasten en kantoorruimte simpelweg de meest rendabele optie is, ontwerpt ze kantoorruimte in het gebouw. "Het is een doos-in-doos-constructie geworden, want dat heeft de minste invloed op de kerk zelf en biedt maximale mogelijkheden binnen", aldus de alumnus.

In haar huidige baan doet Gorter weinig met haar ontwerpkwaliteiten, maar des te meer met haar bouwkundige kennis. In de nabije toekomst hoopt ze vooral aan nieuwbouwprojecten te kunnen werken. "Veel architecten gaan als een ontwerp eenmaal gebouwd is niet terug om met de gebruikers te praten", zegt ze. En dat is iets wat ze graag zou veranderen, evenals de integratie van architectuur, gebouwinstallaties en binnenmilieu, die wat haar betreft flink kan verbeteren. "Als je echt geïntegreerd ontwerpt, kun je tot prachtige gebouwen komen waarin mensen zich ook nog eens prettig voelen. Feel good architecture, zeg maar." Ook meer communicatie vooraf en na afloop levert volgens de bouwkundige heel wat voordelen op. "Er zijn nog steeds mensen die zeggen dat het binnenmilieu er niet toe doet, maar uit onderzoeken blijkt echt dat een goed binnenmilieu wel tot vijftien procent meer productiviteit onder de ge

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven