christavandenberg.nl Gezondheidsrisico’s beperken, ongezonde leefstijl versus ongezond binnenmilieu

Gezond Bouwen &Wonen nr 4, 2004

Een derde van de Nederlandse volwassenen rookt en het percentage mensen dat te zwaar is of te weinig beweegt neemt flink toe. De gezondheidsrisico’s van dergelijke leefstijlaspecten zijn aanzienlijk hoger dan die van een ongezond binnenmilieu. Wat heeft verbetering van het binnenmilieu eigenlijk voor zin zolang mensen roken, drinken en ongezond eten?

Het berekenen van gezondheidsrisico’s is uiterst complex. Exacte cijfers over bijvoorbeeld het aantal jaarlijkse doden als gevolg van geluidsoverlast of overgewicht zijn er niet. Maar vorig jaar deed het Rijksinstituut voor volksgezondheid en Milieu (RIVM) met het rapport ‘Nuchter omgaan met risico’s’ een poging de overlijdensrisico’s door verschillende factoren in kaart te brengen (zie figuur 1). Roken blijkt veruit het hoogste sterfterisico op te leveren, op de voet gevolgd door lichamelijke inactiviteit, overgewicht en verkeerd vet. “Je ziet duidelijk dat leefstijlaspecten tot het grootste risico leiden, maar in de top tien staan ook binnenmilieuaspecten”, zegt Atze Boerstra, directeur van het Rotterdamse Boerstra Binnenmilieu Advies (BBA). Hij doelt hiermee op radon en passief roken. “Ik denk zelf dat het risico van radon niet zo groot is als het RIVM aangeeft”, vervolgt de binnenmilieuadviseur. “Er overlijden jaarlijks een paar honderd mensen door blootstelling aan radon, maar zoiets als vocht en schimmel leidt bij honderdduizenden Nederlanders dagelijks tot korte termijn gezondheidsklachten als continue benauwdheid, ongewone vermoeidheid, neusklachten en verheviging van astma-aanvallen.” Een schatting van het risico door vocht en schimmel ontbreekt helaas in het overzicht. Guus de Hollander, hoofdauteur van het rapport en tevens programmaleider van de volksgezondheid toekomstverkenning van het RIVM: “Het betreft een willekeurige, niet uitputtende lijst, omdat het om een illustratie ging. Voor veel binnenmilieufactoren ontbreken de gegevens om een schatting van het sterfterisico te maken.” In een publicatie uit 1999 geeft het RIVM wel een beeld van de grootste veroorzakers van gezondheidsklachten door het binnenmilieu en daarin blijken schimmels en vocht de meest voorkomende oorzaak (zie figuur 2).

Zin

Wie de tabel met overlijdensrisico’s bekijkt kan zich afvragen wat het binnenmilieu er eigenlijk toe doet. En het moet gezegd: voor iemand die te weinig beweegt en ongezond eet, heeft verandering van leefstijl veel meer effect op de gezondheid dan een aanpassing van het binnenmilieu. Maar voor mensen die gezond leven is de invloed van het binnenmilieu juist weer belangrijker, want zij hebben de grootste risico’s al geëlimineerd. Om gezondheidsrisico’s te beperken, geldt voor iedereen dus een andere aanpak. “Het is belangrijk om te kijken waar voor jezelf de zwakke plekken zitten”, aldus Boerstra. De informatie uit figuur 1 en 2 kan hierbij dienen als leidraad, in combinatie met gezond verstand.

Behalve voor mensen met een gezonde leefstijl, heeft verbetering van het binnenmilieu ook zin voor verschillende kwetsbare groepen. Ouderen, zieken en kinderen zijn extra gevoelig voor luchtkwaliteit, klimaatomstandigheden en andere binnenmilieuaspecten. In bejaardenhuizen en schoolgebouwen levert een gezond binnenmilieu aardige risicovermindering op. Zo vertelt De Hollander dat uit analyse blijkt dat veel van de Parijse bejaarden die stierven tijdens de hittegolf in de zomer van 2003 sociaal geďsoleerd en in slecht geventileerde woningen leefden. Kinderen die van jongs af aan bloot staan aan ongezonde aspecten van tabaksrook, straling of vocht kunnen op latere leeftijd gevoeliger zijn voor gezondheidsrisico’s. “Er zijn wel indicaties dat kinderen die in een vochtige woning opgroeien gevoelige luchtwegen ontwikkelen en wellicht daardoor meer vatbaar zijn voor de schadelijke effecten van roken”, aldus de onderzoeker. “Het onderwerp is slecht uitgezocht, maar binnenmilieu en leefstijl zullen elkaar ongetwijfeld een beetje beďnvloeden.”

Tenslotte heeft verbetering van het binnenmilieu ook voor mensen met een ongezonde leefstijl wel degelijk zin. Want, zoals Boerstra het zegt: “Als je rookt is goede ventilatie juist extra belangrijk” en beperking van gezondheidsrisico blijft nuttig ook al lopen mensen tegelijkertijd nog ander, grotere risico’s. Daarnaast benadrukt De Hollander dat er een duidelijk verband is tussen inkomen, opleiding, ongezonde gewoontes en kwaliteit van woningen en woonomgeving. “In bepaalde buurten zie je een concentratie van ellende”, zegt hij. “Eigenlijk zou je daar beleid op moeten baseren.” Tegelijkertijd geeft het RIVM wel aan dat bij beperking van gezondheidsrisico’s kosten en risicovermindering in evenwicht moeten zijn. “Het heeft geen zin miljarden uit te geven om een paar statistische doden te verhelpen, maar als je op een redelijk kostenefficiënte manier iets aan de risico’s van het binnenmilieu kan doen, dan moet je dat niet laten”, aldus De Hollander.

Risicobeleving

Naast het verschil in gezondheidsimpact, zijn er meer verschillen tussen leefstijl- en binnenmilieufactoren. Zo zijn de gevaren van ongezonde leefstijl bij de meeste Nederlanders bekend terwijl de risico’s van een ongezond binnenmilieu dat niet zijn, neemt de overheid wel maatregelen tegen slechte leefstijlgewoontes maar niet tegen ongezonde binnenmilieus en zijn de risico’s van leefstijl veel meer dan die van binnenmilieu het gevolg van iemands eigen gedrag. Want ondanks bekendheid met de gevaren, rookt een derde van de volwassenen en neemt het percentage mensen met ernstig overgewicht en slechte eetgewoontes toe. “We zien momenteel een vetzucht-‘epidemie’ en een suikerziekte-‘epidemie’”, zegt de RIVM onderzoeker. “De problematiek rond voeding en beweging groeit.” Dat veel mensen ondanks bekendheid met de gevaren toch bewust gezondheidsrisico’s nemen, heeft volgens het RIVM te maken met risicobeleving. Burgers vinden risico’s meer aanvaardbaar als ze zich er vrijwillig aan blootstellen. Ook als ze een positief effect van de slechte gewoonte ervaren en het gevoel hebben er controle over te hebben, zullen ze het risico eerder voor lief nemen.

De invloed van binnenmilieu op de gezondheid is nog niet bij veel mensen bekend. Boerstra: “Op basis van wat er aan veldonderzoek op dit gebied gedaan is, schat ik dat zo’n tien procent van de woningen in Nederland echt ernstige binnenmilieuproblemen heeft. Dan bedoel ik bijvoorbeeld veel schimmelplekken, een ernstig gebrek aan ventilatie of zeer ernstige geluidsbelasting.” Bij een deel van de problemen ligt de oorzaak niet bij de bewoner zelf. Schimmelplekken kunnen ontstaan door slechte detaillering (koudebruggen) en gebrekkige ventilatie kan bijvoorbeeld komen door een niet goed werkend mechanisch ventilatiesysteem. Maar bij andere binnenmilieuaspecten is de bewoner wel de oorzaak van het probleem. Roken in huis, het niet openzetten van de ramen en het neerleggen van vloerbedekking die schadelijke gassen uitstoot zijn hier enkele voorbeelden van. Aanpak van deze aspecten betekent verandering van menselijk gedrag en daarbij komt risicobeleving weer om de hoek kijken. In hoeverre bewoners hun gedrag willen veranderen om de negatieve gevolgen van een ongezond binnenmilieu te beperken is dan ook moeilijk te voorspellen.

De Nederlandse overheid schonk de afgelopen decennia geen structurele aandacht aan de invloed van het binnenmilieu in woningen op de gezondheid. Het moeilijk plaatsbare karakter van de problematiek zal daarbij een rol spelen: binnenmilieu heeft raakvlakken met zowel het beleidsterrein van VROM, als met dat van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Toch start de overheid binnenkort met een voorlichtingsfilmpje van postbus 51 over het belang van goede ventilatie. Volgens De Hollander is deze aanpak een goed voorbeeld van een betrekkelijk kostenefficiënte maatregel om de binnenmilieukwaliteit te verbeteren. Maar Boerstra plaatst kanttekeningen bij de op stapel staande voorlichtingscampagne: “Beter ventileren alleen lost niet alle problemen op, vaak is er gewoon echt iets mis met een woning”, zegt hij. Bij ernstige binnenmilieuproblemen is hij dan ook voorstander van het aanpakken van de bron. “Pettenkoffer, de eerste wetenschapper die serieus onderzoek deed naar de relatie tussen geurbeleving en ventilatie, zei het al: ‘if there’s manure in the room, don’t open the window, get rid of the manure’.”

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven