christavandenberg.nl Atelier van Lieshout

Qualitime nr 8, augustus 2005

King of artificial body art

Hij werd beroemd door zijn kunstwerken van stoeptegels en bierkratten, maar ook door de Biopik, een immens grote penis met ballen, en zijn ontwerp voor de abortusboot van Women on Waves. Al twintig jaar staat Joep van Lieshout wereldwijd bekend als de kunstenaar die graag shockeert en voor wie niets te gek is. Een portret van Rotterdams grootste provocateur.

Verscholen achter enorme havenloodsen en expeditiehallen, aan het eind van de Keilestraat, ligt een terrein dat vol staat met roestige zeecontainers en polyesterconstructies. Dit is het domein van Atelier van Lieshout. Wie verwacht wereldvreemde dromers aan te treffen wordt teleurgesteld. Maar even ontsnappen aan de banale maatschappij is hier wel eenvoudig. Vanuit de metershoge werkplaats klinkt luide jazzmuziek, vermengd met het hoge gezoem van schuurmachines. Terwijl architectuurstudenten uit binnen- en buitenland gekleed in overall de nieuwste kunstwerken van het atelier bouwen, vertelt Joep van Lieshout ontspannen over zijn denkbeelden en werk.

Eigenzinnig

‘Wij doen gewoon wat we willen’, zegt hij met een brede glimlach vanonder zijn donkergetinte bril. ‘Een echte kunstenaar doet namelijk wat hij moet doen, zonder dat iemand daar om vraagt. Dat is de essentie van kunst.’ Atelier van Lieshout is dan ook wars van design en trends, hier draait alles om intuïtie. ‘Omdat we ons gevoel volgen, doen we dingen die meestal onaangepast zijn en soms tegen de stroom in gaan’, licht Van Lieshout toe. ‘Juist als iets onmogelijk lijkt, gaan we er extra tegenaan.’ Dat kan door de aanwezigheid van een enorme werkplaats op het atelierterrein, waar alle kunstwerken eigenhandig gebouwd worden. Momenteel werken medewerkers van Atelier van Lieshout zich in het zweet voor de Bar Rectum, een endeldarm van polyester die ruimte biedt aan een bar en lounge. ‘Als we zoiets bij anderen willen laten maken, zouden we meteen horen dat het onmogelijk is. Maar hier lukt het wel.’

Het werk van Atelier van Lieshout is erg divers. Naast beelden, tekeningen en installaties, produceert het atelier ook meubilair, mobile units en zelfs hele interieurs. Zo ontwierp Van Lieshout bars en sanitair voor het Grand Palais te Lille, een gebouw van Nederlands bekendste architectenbureau OMA. En in 2001 toverde hij zijn eigen atelier tijdelijk om tot de vrijstaat AVL-Ville. Deze volledig autonome leefgemeenschap met als motto ‘Zolang het kunst is, kan bijna alles’, had zelfs een eigen vlag en grondwet.

The Womb House

Recentelijk maakte Van Lieshout een mobiele woning in de vorm van een baarmoeder. In een vlugge beweging tekent hij met zwarte fineliner de opzet van The Womb House op zijn schetsblok. In de baarmoeder een groot bed, aan de buitenkant een keuken, in de ene eileider een minibar en in de andere het sanitair. ‘Alle leidingen zitten centraal hier in de huid van de baarmoeder verwerkt’, zegt hij enthousiast. ‘Een paar wanden er omheen, een afdak erboven en een stopcontact om de boel op aan te sluiten en het huis werkt.’ De opdracht kwam van een Franse galerie, die een woonruimte van maximaal vijfendertig vierkante meter wilde, om in kleine oplage te verkopen. Het idee was snel geboren. ‘Ik was al veel bezig met machines en we hadden net een heleboel menselijke organen gebouwd. Het Womb House was een logisch vervolg’, aldus de kunstenaar. Hij vervolgt: ‘Het is ook een statement over vormgeving. Niet form follows function en geen lifestyle-product, maar veel meer gerelateerd aan een passie. Een verlangen.’ Terwijl hij zijn hand door zijn donkere stoppelbaard laat gaan, zegt hij: ‘Iedere man wil toch eigenlijk terug naar de baarmoeder.’

De nieuwste ingeving van de eigenzinnige kunstenaar is het op papier ontwerpen van een barakkenstad – door Van Lieshout fijnzinnig als concentratiekamp betiteld – voor 200.000 inwoners. Compleet met stedenbouwkundig ontwerp en businessplan. ‘Alles draait om geld, dat heb ik bij dit project tot in het extreme doorgevoerd. Wat blijkt? Ik kan een winst van drie miljard per jaar halen.’

Extreem

Zijn mening over de stad Rotterdam is al net zo opzienbarend als zijn professionele ideeën. ‘Toen ik hier in 1980 kwam, was Rotterdam een behoorlijk harde stad. Daar kon ik prima terecht. Maar door de grote opknapbeurt lijkt Rotterdam nu op alle andere steden. Ik begin het tuig van de richel te missen. Ik houd niet van veilige steden. Laat het maar vervallen. Ik houd van een stad met extremen: veel criminaliteit en veel rijkdom. En natuurlijk met een getto.’

Toch schemert door de ruige Rotterdamse bolster van deze provocateur op groene gaatjesschoenen een boterzachte binnenkant. ‘Ooit wil ik nog in een arm of afgelegen gebied een groot project realiseren, dat iets betekent voor de lokale bevolking’, zegt hij stellig. Om er even later, geschrokken van al te veel engagement, aan toe te voegen: ‘Maar dan wel in mijn eigen land.’

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven