christavandenberg.nl Electrosmog verminderen: het kan!

GB&W nr 2, oktober 2005

Gevoelens van onrust, hoofdpijn of slaapproblemen. Het zijn slechts een paar van de vage klachten waar tegenwoordig menig Nederlander mee kampt. Volgens steeds meer mensen is blootstelling aan radiofrequente velden (van onder andere GSM-zendmasten) waarschijnlijk een van de boosdoeners. Gelukkig kunt u zelf aardig wat doen om uw blootstelling te verminderen.

Een doodgewone Hollandse man gaat met pensioen. Verheugd over zijn nieuwe vrijheden, koopt hij een computer met draadloos internet en een draadloze huistelefoon. ‘Dan ben ik ook achter in de tuin gewoon bereikbaar’, zegt hij lachend. Maar al snel zit de man onder de huiduitslag en struint hij dokter na dokter af. Niemand heeft een verklaring voor zijn psoriasis-achtige huidprobleem. Tot een oplettende medeburger de man vraagt of hij soms draadloos internet heeft en de man besluit zijn WiFi-zender uit te zetten. Zo snel als de klachten waren opgedoken, verdwijnen ze nu weer.

Sterk verhaal hoor, denkt u wellicht. Helaas zijn er talloze mensen die op schijnbaar onverklaarbare wijze plotseling vage gezondheidsklachten krijgen. Duitse artsen signaleerden deze ontwikkeling al jaren geleden en legden de link met mobiele telefonie. ‘Wij kunnen niet meer in een zuiver toevallige samenloop van omstandigheden geloven...’ schreven zij in het Freiburger Appel. Ook in Nederland geloven al maar meer mensen dat er een verband is tussen recente technologische ontwikkelingen en de toenemende klachten. Op internet zijn tal van discussiegroepen, verenigingen en burgerinitiatieven te vinden. Wetenschappelijk onderzoek leidt al jaren tot uiteenlopende resultaten, maar levert genoeg reden op om het standpunt van de Nederlandse overheid dat er geen gezondheidsrisico’s kleven aan het gebruik van GSM, UMTS etcetera, serieus in twijfel te trekken (zie het artikel ‘stop stralingsbelasting’ in GB&W nr 1 van dit jaar).

Voor mensen die willen ontdekken of hun klachten veroorzaakt worden door elektrosmog zijn er een aantal mogelijkheden: u kunt uw woning laten doormeten door een woonbioloog, zelf meetapparatuur aanschaffen en uw blootstellingswaarden bepalen, of simpele maatregelen treffen om de blootstelling te verminderen. Zo kunt u de DECT-huistelefoon verwijderen en vervangen door een toestel met draad of een analoge draadloze telefoon. Volgens critici zijn DECT-telefoons de meest risicovolle bron van elektromagnetische straling, omdat het basisstation onafgebroken gepulste straling produceert. De continue blootstelling aan deze honderd signalen per seconde zou bijzonder gevaarlijk zijn. Het opzeggen van uw draadloze internetverbinding en overstappen op de ouderwetse verbinding met snoeren is een andere mogelijkheid om uw blootstelling te verlagen. Daarnaast kunt u bijvoorbeeld de elektrische wekkerradio naast uw bed verwijderen. Omdat uw lichaam zichzelf het beste oplaadt in een rustige omgeving, is het vooral in de slaapkamer belangrijk stralingsbronnen zo veel mogelijk te verminderen.

Natuurlijk betekent ook een afname in het gebruik van uw mobiele telefoon een blootstellingsvermindering. Het credo is dan ook ‘bel zo weinig mogelijk en zo kort mogelijk per keer’. Verder zijn er, als u daar open voor staat, in het alternatieve circuit allerlei hulpmiddelen te vinden die u kunnen helpen in uw strijd tegen de radiofrequente velden: van watertjes en kristallen tot kaartjes waarop teksten staan. De echte fanatici kunnen zich ten slotte storten op het bouwen van allerlei afschermconstructies van aluminium of fijnmazig gaas. Kortom: u kunt zo ver gaan als u zelf wilt. Zelfs verhuizen naar een afgelegen gebied zonder dekking is voor sommigen een optie.

Uw omgeving helemaal ontdoen van elektrosmog is alleen niet mogelijk. Nu de mobiele telefoon niet meer weg is te denken uit het Nederlandse straatbeeld en telecomgiganten elkaar aftroeven met mogelijkheden voor mobiel internet, is een terugkeer naar het tijdperk voor de mobiele revolutie simpelweg geen mogelijkheid. Door heel Nederland staan nu al ongeveer negenduizend GSM-zendmasten, dat worden er uiteindelijk tienduizend. Daarnaast worden nog steeds UMTS-masten geplaatst, waar er uiteindelijk ook zo’n tienduizend van in ons land zullen staan. Deze masten zenden continu signalen uit. Of u nu mobiel belt of niet, die straling is er, of u het nu wilt of niet. En ook aan de velden die de DECT-telefoon of het draadloze netwerk van uw buren produceert, kunt u weinig doen. Maar u staat er wel aan bloot.

Toch zou ook deze alom aanwezige blootstelling wel degelijk aanzienlijk verminderd kunnen worden. Niet door uzelf, maar door de overheid en de telefonie- en internetaanbieders. De hoeveelheid straling die Nederlandse zendmasten uitstralen, schijnt namelijk vele malen hoger te zijn dan nodig. ‘De energie van zo’n mast kun je zeker met tachtig procent terugdraaien’, zegt een Nederlandse stralingsdeskundige. Vanwege de politieke gevoeligheid van het onderwerp en negatieve ervaringen met de pers, wil hij anoniem blijven. De maker van de site www.stopumts.nl deelt de mening van onze anonieme bron. De site meldt dat GSM telefoons al werken bij een stralingsdichtheid vanaf 0,001 microWatt per vierkante meter, terwijl de blootstellingslimiet in Nederland 20.000.000 microWatt per vierkante meter bedraagt, en veel Nederlanders in hun woning blootstaan aan een stralingsdichtheid van rond de 1000 tot 20.000 microWatt. Dit zou betekenen dat een forse verlaging van de stralingsdichtheid mogelijk is. In Nieuw-Zeeland ligt de limiet vele malen lager, namelijk op 100 microWatt per vierkante meter en ook daar functioneren mobieltjes gewoon.

Naast een forse verlaging van de blootstellingslimiet door de overheid, zouden verder telecombedrijven en elektronicaproducenten zich kunnen inzetten om telefoons, zendmasten en mobiele technieken te ontwikkelen die leiden tot een lagere stralingsintensiteit. Bijvoorbeeld door bij telefoons standaard het hoofd van de beller af te schermen.

Maar voordat de discussie in Nederland over verlaging van de stralingsdichtheid uberhaupt op gang kan komen, zal een aantal zaken moeten veranderen: de houding van politici en telecombedrijven en het standpunt van de Gezondheidsraad, maar ook de houding van de bevolking. In de huidige situatie is straling iets dat de burger wordt opgedrongen, zonder dat met zekerheid gezegd kan worden dat het onschadelijk is. De overheid hanteert het standpunt dat mobiele technieken onschadelijk zijn, tot schadelijkheid is bewezen. Dat zou natuurlijk andersom moeten zijn: schadelijk tot onschadelijkheid is bewezen, want het belang van het volk zou altijd voorop moeten staan. Zolang iedereen vrolijk verder belt en emailt via mobiele hardware, verandert er in ieder geval niets. En waarschijnlijk zal de overheid pas actie ondernemen als negatieve langetermijneffecten onherroepelijk zijn.

 

 
Life after Pinochet

Life After Delft: No more Suriname food

Dutch Talk

Dutch Talk

Standplaats Sjanghai

 

terug naar boven